Inrichting en structuur van de school

Directie
dhr. drs. A.R. Sipkens rm
Rector

dhr. C.R. Geessink 
Sectordirecteur mavo

dhr. drs. I. Faber
Sectordirecteur havo 

mw. J.A. Helmholt
Sectordirecteur vwo            

Elke groep krijgt les van een vast team docenten. Dit team is verantwoordelijk voor het onderwijs aan de eigen groep. In elke groep wordt ook een aantal lessen gegeven door docenten uit een ander team.

Indeling van de school: onderbouw, mavo en 2e fase
De eerste twee à drie jaren (afhankelijk van het vak) worden op school besteed aan de basisvorming. De leerlingen die naar het mavo willen, beginnen zich in de derde klas voor te bereiden op het mavodiploma een diploma dat toegang geeft tot het middelbaar beroepsonderwijs en de havo. De andere leerlingen, (vwo/havo), nemen vanaf de vierde klas deel aan de tweede fase.

Tweetalig Onderwijs
In het cursusjaar 2006-2007 is het Ulenhofcollege gestart met een tweetalige vwo-opleiding. Ruim de helft van de lessen wordt in de Engelse taal gegeven. Ongeveer 2/3 van de vwo-leerlingen volgt TTO. Vanaf 2012 hebben grote groepen leerlingen met uitstekende cijfers hun diploma IB gehaald..

Technasium
Alle leerlingen in havo, vwo en tweetalig vwo volgen in klas 1 en 2 het vak 'Onderzoek & Ontwerpen'. Aan het eind van de tweede klas kiezen de leerlingen of ze met het vak 'Onderzoek & Ontwerpen' verder willen gaan. In de bovenbouw kunnen de leerlingen het als examenvak kiezen en sluiten ze uiteindelijk aan het eind van havo 5 of vwo 6 hun technasiumopleiding af met een ‘meesterproef’.

Bèta Challenge programma 
Mavoleerlingen werken tijdens de lessen ‘Technologie en Toepassing’ (leerjaar 1,2 en 3) in kleine groepjes twee keer per jaar gedurende 6 weken aan een opdracht die door een instantie, bedrijf of de school is aangeleverd. De leerlingen zijn niet alleen vakinhoudelijk bezig, maar leren ook vaardigheden aan (onderzoeken, ontwerpen, offreren, organiseren en uitvoeren). Daarbij worden ze op structurele wijze gecoacht/begeleid door docenten. De behaalde cijfers tellen mee voor het vak T&T. Deze werkwijze is nauw verwant aan het vak O&O (Technasium) in de eerste 2 leerjaren van havo en (t)vwo. Hierdoor blijft ook het opstromen van een mavoleerling mogelijk. Uiteindelijk zullen deze lessen ‘Technologie en Toepassing’ leiden tot het kwalitatief goed uitvoeren van het verplichte sectorwerkstuk aan het eind van het 3de leerjaar. 

Voor de verankering en verdere ontwikkeling van deze werkwijze participeren wij in het Netwerk Oost van het Bèta Challenge programma dat primair ontwikkeld is voor de mavoleerlingen. 



De eerste brugklas

Toelating
Toelating tot de eerste brugklas vindt plaats op grond van het advies van de basisschool.

Om toegelaten te worden tot TTO, moet de leerling een positief vwo-advies met I-scores voor begrijpend lezen hebben en wordt ook gekeken of de leerling goed gemotiveerd is.  

De Doetinchemse scholen voor voortgezet onderwijs hebben met het basisonderwijs uit onze regio gezamenlijk afspraken over toelating gemaakt. Kort samengevat komt deze regeling hierop neer: 
Elke leerling in groep 8 van de basisschool krijgt van zijn school een breed gedragen schooladvies. De school kijkt daarvoor o.a. naar leerprestaties, aanleg, ontwikkeling en motivatie tijdens de hele basisschoolperiode. In dit schooladvies staat welk type voortgezet onderwijs het beste bij de leerling past. Dit advies is leidend.  

Basisscholen dragen er zorg voor dat wij als VO-school, naast dit advies, een ingevuld onderwijskundig rapport met de LOVS-gegevens van groep 6, 7 en 8 krijgen. Ouders melden hun kind via de basisschool aan.  

De verzamelde gegevens worden na een “warme overdracht” vervolgens binnen de toelatingscommissie besproken alvorens een leerling geplaatst wordt. 

De indeling
Bij de keuze voor de indeling van onze brugklassen hebben wij ons laten leiden door de volgende overwegingen:

  • via de brugklas moeten de leerlingen geplaatst worden in die afdeling, waar zij qua aanleg, tempo en studiehouding het beste tot hun recht komen; 
  • na het eerste jaar moeten leerlingen zonder problemen op of af kunnen stromen, als blijkt dat een ander niveau beter bij ze past;
  • de brugklas heeft tot doel de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs zo soepel mogelijk te laten verlopen o.a. door middel van studie- en mentorlessen en extra begeleiding;
  • in het voortgezet onderwijs worden andere eisen gesteld aan de leerlingen dan in het basisonderwijs; leerlingen moeten de kans krijgen te laten zien welk niveau zij aankunnen. D
    e brugklas is een nieuwe start!

We hebben vier soorten brugklassen:

◾mavo brugklassen
◾havo brugklassen
◾vwo brugklassen.
◾tweetalig vwo brugklassen

Brugklas mavo 
In deze klas wordt les gegeven op het niveau dat aansluit op het niveau in leerjaar 2 van de mavo. In principe wordt in deze klas niet gedetermineerd; het betreft hier een ‘homogene’ groep leerlingen die in vier jaar wordt opgeleid voor het diploma mavo.  
Elk jaar weer blijken enkele leerlingen uit deze groep zich dermate goed te ontwikkelen dat wij ze adviseren tussentijds op te stromen. Ook aan het eind van het schooljaar kan, zeer incidenteel, bevorderd worden naar 2 havo. Tevens is het mogelijk dat aan het eind van klas 1 een enkele leerling uit deze groep zal afstromen naar 2 kader.

Brugklas havo
In deze klas wordt les gegeven op havoniveau. Deze klas is bestemd voor leerlingen met een havoadvies. Het determinatieproces van deze brugklas duurt één jaar, aan het eind van het eerste jaar worden de leerlingen van deze groep in principe bevorderd naar klas 2 havo. Het is mogelijk dat aan het eind van klas 1 een enkele leerling uit deze groep zal afstromen naar 2 mavo of opstromen naar vwo 2. 

Brugklas vwo 
In deze klas wordt les gegeven op vwo-niveau. Deze klas is bestemd voor leerlingen met een 
vwo-advies. Het determinatieproces van deze brugklas duurt twee jaar; aan het eind van het tweede jaar worden de leerlingen van deze groep bevorderd naar klas 3 vwo. Het is mogelijk dat aan het eind van klas 1 een enkele leerling uit deze groep zal afstromen naar 2 havo.

Brugklas tto (vwo-niveau)
In deze klas wordt op vwo-niveau lesgegeven. De klas is bestemd voor leerlingen met een uitgesproken vwo-advies, die het leuk vinden om een deel van de lessen (ongeveer 50%) in het Engels te krijgen. Het is een pittige opleiding waar extra inzet van de leerlingen wordt verwacht. Een leerling die begint met de tto-opleiding maakt die in principe ook af. Naast de ‘gewone’ lessen wordt elke week een aantal uren besteed aan projecten. Deze zullen over het algemeen in het Engels zijn.  

Plaatsing 

De plaatsing in een van bovengenoemde niveaugroepen gebeurt in principe op grond van de aanmeldingsgegevens van de basisschool.  

De plaatsing in leerjaar 2
Ouders en leerlingen worden bij het 2de cijferoverzicht (eind februari/begin maart) uitgenodigd voor een gesprek over ons advies en de nodige informatie over de richting waarin de leerling bij gelijkblijvende inzet en prestaties zijn studie het volgende cursusjaar het beste kan voortzetten. Dit advies is gebaseerd op de behaalde cijfers en de observaties van docenten ten aanzien van o.a. aanleg, tempo en studiehouding. Het is de bedoeling dat naar aanleiding van dit advies tussen de school, de ouders en de leerling een gesprek opgang komt. Aan het einde van het cursusjaar wordt in de rapportvergadering de definitieve beslissing genomen. Indien in deze overgangs-vergadering geen eenstemmigheid kan worden bereikt, zullen de ouders opnieuw in het overleg worden betrokken. Dit proces noemen we determinatie: het beslissen in welke afdeling de leerling het onderwijs zal vervolgen. Voor leerlingen die naar de tweede klas mavo (tl) gaan, geldt een speciaal aandachtspunt; De scholen voor vo in Doetinchem hebben afgesproken dat vmbo-leerlingen die doubleren in klas 1 of 2 dringend wordt geadviseerd over te stappen naar een beroepsgerichte leerweg in het vmbo. Alleen in bijzondere gevallen kan van deze regel worden afgeweken.  

De tweede brugklas 
 
Mavo 
In de tweede klas van de mavo wordt het aantal vakken uitgebreid. Incidenteel stromen ook leerlingen vanuit de havobrugklas in (afstroom). 

Havo
De leerlingen van deze klas komen bijna allemaal uit de brugklas 1 havo; incidenteel ook uit de brugklas 1 theoretische leerweg (opstroom) en brugklas 1 vwo (afstroom). Er wordt op havoniveau lesgegeven. 

Vwo 
In de tweede brugklas vwo wordt de differentiatie d.m.v. verrijkings- c.q. verdiepingsstof voortgezet. Aan het einde van de cursus worden de leerlingen, afhankelijk van de resultaten bevorderd naar 
vwo-3. Afstromen naar havo-3 is een mogelijkheid voor die leerlingen voor wie het vwo-niveau toch te hoog gegrepen blijkt. 

TTO
De leerlingen in klas twee gaan verder op de ingeslagen weg. Natuurkunde wordt als nieuw vak in het Engels toegevoegd. Er wordt een reis naar Engeland georganiseerd met allerlei opdrachten. Het doel is opsnuiven van de Engelse cultuur en natuurlijk veel in het Engels praten, o.a. in gastgezinnen en bij allerlei activiteiten. 

Klas 3

Na deze tweejarige brugperiode zitten de leerlingen op hun niveau: mavo, havo of vwo.

De onderbouw op het Ulenhofcollege
Naast de verplichte vijftien vakken biedt de school ook levensbeschouwing en de derde moderne vreemde taal aan havo/vwo-leerlingen aan. Tekenen en handvaardigheid zijn samengevoegd tot het vak beeldende vorming. De uitbreiding van het aantal vakken dreigt te leiden tot versnippering van het aantal lesuren per vak. Bij het opstellen van de lessentabel is rekening gehouden met het negatieve effect van één-uursvakken op leerlingen en docenten. In brugklas 1 is daarom bewust het aanbod beperkt tot 13 vakken; in de tweede en derde klassen respectievelijk 14 of 15 en 15 of 16 vakken. Het is een pittig programma. Door middel van huiswerkbeleid en toetsroosters proberen wij een evenwichtige verdeling te bewerkstelligen. In de onderbouw moet de basis gelegd worden voor de aansluiting met de Tweede Fase waar vaardigheden en zelfstandig werken een erg belangrijke plaats zullen innemen. Daarom geven we deze aspecten in de onderbouw al de nodige aandacht.

Projecten
In de onderbouw wordt de school gevraagd aandacht te geven aan onderwerpen die niet zonder meer in het kader van één bepaald vak kunnen worden aangeboden. Te denken valt hierbij aan allerlei zaken in relatie tot cultuur, de natuur en het milieu, het gezondheidsbeleid (met name het omgaan met genotmiddelen). Deze onderwerpen komen aan de orde in de vorm van kleine projecten, waarin verschillende vakken samenwerken. De meest markante projecten zijn:

  • in brugklas 1: het filmproject, culturele dag: Kijken is een kunst en het slotproject
  • in brugklas 2: culturele dag: Kijken is een kunst.

Voor meer informatie zie hoofdstuk 'activiteiten'.

Mavo (middelbaar algemeen voortgezet onderwijs)
De eerste keuze
Aan het eind van de tweede klas mavo maken de leerlingen de eerste studiekeuze. De leerlingen kiezen dan uit de vakken geschiedenis, aardrijkskunde en natuurkunde twee vakken, die zij blijven volgen in leerjaar 3. Bovendien maken ze een keuze tussen muziek en beeldende vorming. De leerlingen worden in februari en maart nader geïnformeerd.

De tweede keuze
In leerjaar drie van de mavo maken de leerlingen een tweede keuze. Zij kiezen dan voor een van de volgende sectoren

  • Economie
  • Landbouw
  • Techniek
  • Zorg en welzijn

In leerjaar vier kent elke sector een aantal verplichte vakken:

  • Economie: economie en tenminste één van de vakken Duits of wiskunde
  • Landbouw: wiskunde en tenminste één van de vakken natuur- en scheikunde 1 of biologie
  • Techniek: wiskunde en natuur- en scheikunde 1
  • Zorg en welzijn: biologie en tenminste één van de vakken geschiedenis, aardrijkskunde of wiskunde.

Voor alle sectoren zijn de vakken Nederlands en Engels verplicht met daarnaast nog enkele vakken waarin leerlingen alleen schoolexamen afleggen.

Begeleiding
De begeleiding van leerlingen door de mentor heeft een vaste plaats in het lesrooster (zie lessentabel onder studielessen/mentorlessen). De schooldecaan is de leerling behulpzaam bij het samenstellen van het eindexamenpakket.

Havo (hoger algemeen voortgezet onderwijs) en vwo  (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs)

Organisatie en inhoud van het onderwijs in de bovenbouw van havo en vwo, ook genoemd de Tweede Fase, is vanaf 1 augustus 1999 ingrijpend veranderd en in 2007 drastisch herzien. Achtergrond is dat niet alleen de samenleving in de loop der jaren andere eisen is gaan stellen – bijvoorbeeld op het gebied van informatieverwerving en -verwerking – maar dat met name de aansluiting met Hoger Beroeps Onderwijs (hbo) en Wetenschappelijk Onderwijs (wo) aan verbetering toe was. 

De inhoud van het onderwijs is aangevuld met vakken als Literatuur, Management en Organisatie, Informatica, Culturele en Kunstzinnige Vorming (ckv) en Oriëntatie op Studie en Beroep (OSB). De werkwijze, in de dagelijkse praktijk aangeduid met de naam ‘Studiehuis’, is veel meer gericht op de zelfstandigheidsontwikkeling bij de leerlingen. Deze vernieuwing is op een zodanige wijze ingevoerd dat de leerlingen ‘vaste grond onder de voeten’ blijven voelen. De keuze is gemaakt voor werkvormen waarbij de leerlingen wel zelfstandig werken, maar altijd dichtbij de docent, zodat die snel bereikbaar is en intensief kan begeleiden. Cijferoverzichten zijn beschikbaar in Magister. Hoewel al in de voor-examenklassen aan het examendossier wordt gewerkt, blijven bevorderingsnormen bestaan. Omdat het juist bij een werkwijze die is gericht op zelfstandigheid noodzakelijk is de vinger goed aan de pols te houden, wordt speciale aandacht besteed aan de begeleiding van het leerproces. 

Profielkeuze, gemeenschappelijk deel, vrije ruimte 
De leerling kiest in de loop van de derde klas een profiel. Voor de vakken in het gemeenschappelijk deel: zie hoofdstuk 4, de lessentabel.

Er zijn vier profielen:

  • natuur en techniek (NT) 
  • natuur en gezondheid (NG) 
  • economie en maatschappij (EM) 
  • cultuur en maatschappij (CM)


Een profiel bestaat uit een samenhangend onderwijsprogramma dat de leerling in havo en vwo voorbereidt op een opleiding aan een hogeschool of universiteit. Alle profielen hebben een gemeenschappelijk deel. Daarnaast is er een deel dat specifiek is voor het betreffende profiel en er is een vrij deel.  
Aan het gemeenschappelijk deel wordt bijna de helft van de beschikbare tijd besteed. Aan het profieldeel wordt ruim een derde van de tijd besteed en de rest van de tijd is bestemd voor vakken naar keuze (de zogenaamde vrije ruimte). Van de vakken in de vrije ruimte dienen alle leerlingen de vakken levensbeschouwing en OSB (Oriëntatie op Studie en Beroep) te volgen. De keuzevrijheid van overige vakken in de vrije ruimte wordt soms beperkt door factoren als rooster, groepsgrootte, totale maximale studielast en zgn. onmogelijke combinaties. Leerlingen zullen daarom van de decanen bij het bepalen van hun keuze een lijst krijgen met alle mogelijkheden. Heeft de school eenmaal aan een leerling bij de keuze een bepaalde mogelijkheid geboden, dan blijft deze gehandhaafd tot aan het examen. 

Studielast 
Met studielast wordt bedoeld de hoeveelheid tijd die de gemiddelde leerling nodig heeft om zich een bepaalde hoeveelheid leerstof eigen te maken. Het gaat niet alleen om het volgen van de lessen op school, maar ook om de voorbereiding daarvan thuis. Het schrijven van werkstukken, het lezen van boeken, het gebruik maken van een mediatheek en het deelnemen aan excursies, maken ook deel uit van de studielast. Er wordt van uitgegaan dat een leerling gedurende 40 weken per jaar 40 uur per week aan zijn opleiding besteedt. Dat komt dus neer op een studielast van 1600 uur per jaar. De leerlingen van de havo hebben voor de tweede fase 2 jaar tot hun beschikking à 40 weken van 40 uur werken = 3200 uur studielast. De leerlingen van het vwo hebben in 3 jaar een studielast van 3 x 1600 uur = 4800 uur. Van de jaarlijkse studielast van 1600 uren moet de school het aantal schooluren tenminste op 1000 vaststellen. 

Syllabus en examendossier 
Voor de leerlingen van de bovenbouw wordt voor elk vak een syllabus ontwikkeld, waarin het te volgen onderwijsprogramma als een samenhangend geheel wordt omschreven. In de loop van 
2 (havo-) of 3 (vwo-) jaren werken de leerlingen aan hun programma, waarvan de resultaten worden vastgelegd in een zgn. examendossier. Als aan het eind van de Tweede Fase dit dossier voltooid is, is daarmee het Schoolexamen afgerond en mag de leerling deelnemen aan het Centraal Examen.

Overigens bestaat voor enkele vakken alleen een schoolexamen. Het examendossier is enerzijds een lijst met eisen waaraan de leerling moet voldoen, met bijbehorende gewichten voor de verschillende onderdelen, anderzijds een map waarin alle werk en alle werkstukken worden verzameld waarmee de leerling heeft gedemonstreerd aan de eisen te voldoen, met de beoordeling. De eisen zijn vastgelegd in de examenprogramma’s en omvatten alle onderdelen waaruit het examendossier voor een vak bestaat. Er staat bij hoeveel studielasturen de leerlingen er globaal aan kunnen besteden. De leerlingen mogen gedurende de gehele Tweede Fase aan hun examendossier werken. 

Toetsen 
De toetsvormen die in het examendossier worden gebruikt zijn: toetsen met open en gesloten vragen, praktische opdrachten, profielwerkstuk en handelingsdeel. Praktische opdrachten zullen bij de meeste vakken 20% van het cijfer voor het schoolexamen bepalen. Het centraal examen bepaalt 50% van het eindcijfer.

Praktische opdrachten
De praktische opdrachten zijn bedoeld om de vaardigheden te toetsen. De leerlingen voeren een aantal activiteiten uit waarbij zij de examenstof hanteren in het kader van een praktische probleemstelling. Het profielwerkstuk is een uitgebreide praktische opdracht waarbij minstens één vak uit het profiel is betrokken. Naast toetsing van vaardigheden, in combinatie met kennis en inzicht, heeft het profielwerkstuk als doel samenhang en integratie van leerstofonderdelen binnen een profiel te bevorderen. Het handelingsdeel komt voor in alle examenprogramma’s. Voorbeelden zijn: een verslag maken van een excursie voor een vak als economie, een opdracht in het kader van het vak Engels. Voor dit handelingsdeel wordt geen cijfer gegeven. Het dient door de leerlingen ‘naar behoren te zijn voldaan’. Het bovenstaande is niet meer dan een korte omschrijving van de gang van zaken in de bovenbouw.
Jaarlijks worden het programma en het examenreglement vóór 1 oktober vastgesteld. Aan de leerlingen worden de volgende documenten uitgereikt: 


  • Het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA). Dit vermeldt in elk geval:
    de onderdelen van het examenprogramma die in het schoolexamen worden getoetst;
    de verdeling van de examenstof over de onderdelen van het schoolexamen;
    de regels voor de manier waarop het cijfer voor het schoolexamen tot stand komt.
  • Het examenreglement, waarin o.a. de herkansingsregeling is opgenomen. 
  • De studiewijzers per vak, waarin een nadere uitwerking van het PTA te vinden is.

Onderwijs Op Maat

In de Tweede Fase biedt het Ulenhofcollege Onderwijs Op Maat. Hiermee wordt ingespeeld op de talenten en mogelijkheden van leerlingen, maar wordt er ook rekening gehouden met specifieke problemen die zich bij leerlingen kunnen voordoen bij één of meer vakken.

Wij zijn van mening dat het voor leerlingen van het vwo, die zich in de meeste gevallen voorbereiden op een wetenschappelijke studie goed is zich in het voortgezet onderwijs zo breed mogelijk te ontwikkelen. Daarom volgen zij in vwo-4 en vwo-5 allemaal een extra vak in de vrije ruimte. Naast deze brede oriëntatie kan dit de leerlingen in veel gevallen een dubbel profieldiploma opleveren.

Een goede havo-leerling kan ook een extra vak opnemen in de vrije ruimte. Daarnaast is er twee maal per week sprake van keuzewerktijd, waarin leerlingen vakondersteuning krijgen bij vakken die even wat minder goed lopen. Deze vakondersteuning wordt door de vakdocenten zelf  gegeven. Hiermee wordt de succesbeleving van de havoleerling vergroot.